U bevindt zich hier:

rapportage winterganzen 2008-2009

De Fbe-Drenthe heeft een ontheffing ontvangen van de provincie Drenthe om gewassenschade veroorzaakt door kolganzen, grauwe ganzen en smienten te bestrijden met behulp van afschot. Jaarlijks moet over het gebruik van de ontheffing worden gerapporteerd. Hoer onder wordt gerapporteerd over de periode 1 oktober 2008 tot 1 april 2009.

Machtigingen

Er zijn in de provincie Drenthe in 2008-2009 meer verzoeken om machtigingen voor afschot van overwinterende ganzen ingediend dan in het vorige seizoen. Met winterganzen worden hier bedoeld grauwe gans, kolgans en smient. Het aantal grondgebruikers dat heeft verzocht om een machtiging is 75. Er zijn 69 machtigingen verstrekt; iets minder dan in 2007-2008. Zes verzoeken zijn afgewezen, waarvan vier omdat vorig jaar niet is gerapporteerd en 2 omdat het rietganzen, Nijlganzen en Canadese ganzen betrof.

Rapportages

Een grote groep grondgebruikers heeft niet binnen de gestelde termijn van 14 dagen na afloop van de machtigingsperiode van 1 oktober 2008 tot 1 april 2009 over het gebruik van de machtiging gerapporteerd. Eind april zijn 31 brieven verzonden met een herinnering en juli zijn nogmaals 9 brieven verzonden. Hierbij is men er ook gewezen op het feit dat zonder rapportage geen nieuwe machtiging mag worden verstrekt. Begin augustus zijn de laatste rapportages nog ontvangen.

Van de ingeleverde rapportages zijn een aantal onvolledig ingevuld. Het opvragen van aanvullende informatie, zo is gebleken, kost erg veel tijd. De grondgebruikers zijn daarom niet altijd verzocht om de ontbrekende gegevens toe te lichten. Bijvoorbeeld: periode van gebruik van preventieve middelen, de soort gans (kol of grauw) dat geschoten is en aantal verjagingsacties. Wel is navraag gedaan in een paar gevallen bij het toepassen van preventieve maatregelen bij overjarig grasland. Evenals vorig jaar is genoemd dat toepassen volgens hun idee niet nodig zou zijn, maar in alle gevallen heeft men ook persoonlijk (al of niet met hond) de ganzen verjaagd. Ook bij navraag over verjagingsacties is aangegeven dat veelal een hele morgen wordt bedoeld en niet het aantal koppels dat verjaagd is.

Acties waarbij daadwerkelijk geen ganzen zijn geschoten zijn veelal niet genoemd in de rapportages. Om voor schadevergoeding in aanmerking te komen bij het Faunafonds is het beter deze wel te vermelden. In de bijlage wordt een overzicht gegeven van de ontvangen-rapportages over het gebruik van de machtigingen.

De machtigingen zijn vooral aangevraagd en gebruikt voor de bestrijding van schade op grasland. Bij overige gewassen zijn genoemd: maïs, bieten en aardappelen. 13 grondgebruikers blijken geen gebruik te hebben gemaakt van de machtiging; vorig jaar 20. In deze gevallen gaf men aan dat de ganzen reeds vertrokken waren op het moment dat de machtiging binnen kwam. Regelmatig is melding gemaakt van de aanwezigheid van rietganzen.

De overige grondgebruikers hebben gemeld dat er in totaal 223 grauwe ganzen, 389 kolganzen en 46 smienten zijn geschoten. Daarnaast zijn 5 exemplaren bij overige ganzen vermeld in bijlage. Soms zijn in de rapportages ook geschoten Nijlganzen, Canadese ganzen e.d. of niet nader gespecificeerde ganzensoorten vermeld. Ter vergelijking: in het voorgaande seizoen zijn er 127 grauwe ganzen, 348 kolganzen en 29 smienten geschoten (zie bijlage). Het totale aantal geschoten ganzen en smienten is met ongeveer 140 gestegen.

Daarnaast was vorig jaar al de indruk dat de winterganzen zich meer verspreiden over Drenthe. Voorbeelden van verspreiding zijn Zeijen, Wachtum, Veenhuizen, Dwingeloo, Pesse en Beilen.

In de omgeving van Nijeveen is wederom melding gemaakt van ook grote groepen van rietganzen. Uit de rapportages bij Nijeveen valt op te maken dat hoe dichter de percelen tegen het natuurgebied De Wieden aanliggen, er meer afschot plaatsvindt.

De omvang met schadegevoelige percelen waarvoor afschot is aangevraagd, bedroeg 2161 ha en is iets meer in vergelijking tot de vorige winter.

Het blijkt dat persoonlijke verjaging, vlaggen en linten vooral toegepast zijn als preventieve maatregelen. Bij overjarig gras hoeven geen visueel preventieve bestrijdingsmiddelen te worden toegepast. Helaas is het idee hardnekkig dat op overjarig grasland geen preventieve maatregelen hoeven te worden toegepast voordat afschot plaatsvindt. Volgens de rapportages zou hiervan in 18 gevallen sprake van zijn. Zie ook eerdere opmerking over onvolledig in gevulde rapportages. Ook uit voorgaande jaren is gebleken bij navraag dat ondanks dit niet is vermeld toch persoonlijke verjaging is toegepast.

Uit de opmerkingen blijkt dat men tevreden is over het effect van de machtigingen. Soms is gemeld dat preventieve maatregelen geheel niet werken. Dit jaar is het voor het eerst dat niet één persoon heeft gemeld dat preventieve maatregelen wel afdoende hebben gewerkt. Het overgrote deel acht afschot noodzakelijk om schade voldoende te beperken. Slechts in 4 gevallen is schadevergoeding aangevraagd bij het Faunafonds.

Geconcludeerd wordt dat:

-

De aanzienlijke toename van de schadegevoelige percelen van de vorige winter zich lijkt voort te zetten en het aantal aanvragen op een hoger niveau is gekomen.

-

De winterganzen zich meer verspreiden over de provincie: rietganzen vanuit de Veenkoloniën en kol- en grauwe ganzen naar de Veenkoloniën toe.

-

Het afschot gestegen is tot 663;

-

Afschot noodzakelijk is om (meer) gewassenschade te voorkomen;

-

Het aantal verzoeken om schadevergoeding zeer beperkt is;

-

De ontheffing voor de winterganzen effectief is geweest.

Bijlage: Overzicht kengetallen winterganzen Fbe-Drenthe 2003-2009