RAPPORTAGE REEËNMACHTIGING 2008-2009 MET VASTSTELLING AFSCHOT 2010
Inleiding
Met de machtiging tot afschot van reeën van 1 december 2008 tot 1 september 2009 is reeds een begin gemaakt om te rapporteren volgens het Universele reeënbeheerplan dat eind 2007 is vastgesteld voor de drie noordelijke Fbe’s. De Wbe’s hebben voor hun gebieden de draagkracht in 2008 berekend. Deze berekende draagkracht is de doelstand en vormt de basis voor het reeënbeheer. Ter controle hiervan is in de rapportage een extra item opgenomen namelijk de gewichten van kalveren, jaarlingen en reeën ouder of gelijk aan 2 jaar.
Verwacht wordt dat de nieuwe ontheffing per 1 januari 2010 zal zijn verstrekt. Voor de periode Vanaf 1 januari tot 15 september 2010 zal de Fbe-Drenthe het aantal afschot moeten vaststellen. In tegenstelling tot het verleden is in dit aantal niet meer het valwild opgenomen. Het nog vast te stellen aantal is bedoeld dat dit daadwerkelijk ook moet worden geschoten om de doelstand/berekende draagkracht te realiseren.
Uitgangspunt is om het aantal reeën in Drenthe te stabiliseren. Om een populatie stabiel te houden moet een derde hiervan worden weggenomen. Dit wegnemen gebeurt door valwild en afschot. Afhankelijk van de situatie kan de Fbe-Drenthe nog 10% extra afschot toewijzen in verband met valwild, conditie en landbouwschade. Voor de komende 5 jaar is het afschot gemaximaliseerd tot 3646. Het voorgaande is opgenomen in het nieuwe Faunabeheerplan.
Hierdoor wordt eerst verslag gedaan van de WBE-rapportages over de periode 2008-2009. Vervolgens wordt het reeënafschot in Drenthe voor 2010 per WBE voorgesteld.
Verstrekken machtiging
Aan alle 23 WBE’s zijn eind november 2008 nieuwe machtigingen voor afschot verstrekt om reeënbeheer toe te passen. De loodjes zijn verstrekt door Vereniging Het Reewild. Aan de provinciale Handhaving is het overzicht verstrekt welke genummerde reeënloodjes aan welke WBE zijn verstrekt.
Gedurende het seizoen zijn de machtigingen 30 keer aangepast vanwege: verhuizingen, overlijden, vertrekkende en nieuwe reeënjagers. In de WBE’s Van Echtensmorgenland en Hondsrugveld zijn in verband met ongeldige jachtakte en niet in bezit hebben van een grondgebruikersverklaring, van twee jagers de machtiging ingetrokken.
In WBE Dwingelerveld is nog een extra machtiging verstrekt in maart vanwege grote (dreigende) schade in bloembollen veroorzaakt door reeën te kunnen bestrijden door afschot.
Rapportages
Alle 23 WBE’s hebben over het gebruik van de machtiging gerapporteerd. Van de WBE’s Diever-Smilde, Drie Marken, Dwingelerveld en Ruinerwold Koekange zijn de rapportages tussen 2 en 16 oktober ontvangen.
Dit voorjaar is bijna 11.500 reeën geteld. Wederom een stijging van een kleine 1.000 reeën. Ten opzichte van de berekende doelstand van 9.300 reeën zijn er 2.200 meer. De laatste 2 jaar is geteld onder ideale weersomstandigheden. Mocht er alleen meer geteld zijn en dus in wezen niet meer aanwezig zijn dan zou het valwildpercentage moeten dalen. Dit is echter niet het geval. De omvang van het valwild houdt gelijke tred met de tellingen. Aangenomen moet worden dat er dus ook echt meer reeën in het veld zijn. Het valwildpercentage neemt echter nog niet toe.
In veel rapportages blijkt uit de opgegeven verwachte voorjaarsstanden dat de berekende doelstanden nog geen uitgangspunt is voor het reeënbeheer. Bij navraag geven een paar WBE’s aan dat bij de berekening van de drachtkracht een te laag percentage te gehanteerd voor dekking uit landbouwgronden.
Het gerealiseerde afschot is met 200 toegenomen tot 2930. Opvallend is bij het afschot dat het bokkenafschot beter gerealiseerd wordt dan het geitenafschot. Jaarlijks worden er 600 tot 900 minder geiten geschoten. Wellicht is dit een belangrijke oorzaak dat de populatie toeneemt.
Geiten zijn daarentegen aanzienlijk meer geschoten als kalf. Bij een goed reeënbeheer wordt uit gegaan dat ongeveer de helft van het afschot wordt gerealiseerd bij de kalveren.
De ideale geslachtverhouding is 1 geit op 1 bok. In de praktijk komt dit nauwelijks voor. WBE Vledder is daar met gemiddeld 1,1 heel dicht in de buurt. Wel is te constateren dat met de stijging van de populatie reeën in Drenthe ook de verhouding geit/bok toeneemt van 1,2 naar 1,5.
In verband met zieke, kreupele dieren en gewassenschade bestrijding zijn in Drenthe 15 reeën geschoten in 6 WBE’s. In WBE Dwingelerveld zijn 7 geschoten waarvan het merendeel betrekking heeft op gewassenschade. De WBE’s moeten hiervoor loodjes reserveren voor deze noodgevallen met name ook voor de periode 1 september tot 1 december.
De WBE’s hebben dit jaar de gewichten (ontweid met kop en poten) geregistreerd. Een WBE’s aantal hadden deze aanvulling niet opgemerkt. Bij navraag zijn deze gegevens nog aangereikt omdat het wel al standaard was opgenomen in de afschotregistratie van de WBE.
|
Gem. gewichten Drenthe per leeftijdsgroep |
kalveren |
jaarlingen |
>2 jaar |
Gem. |
|||
bok |
geit |
bok |
geit |
bok |
geit |
||
2009 |
10,8 |
10,3 |
12,7 |
12,0 |
16,0 |
15,2 |
13,0 |
spreiding |
8-13 |
7-13 |
11-14 |
9-14 |
14-18 |
13-17 |
|
De spreiding van de gewichten binnen de leeftijdsgroep en dus ook tussen de WBE’s is groot. Alleen vergelijking van de gewichten binnen de leeftijdsgroepen per WBE kan iets aangeven over de conditie van de reeënpopulatie. Vanuit gegaan wordt dat de gewichten per leeftijdsgroep en geslacht een indicatie geven over de juistheid van de berekende draagkracht per WBE. Het gemiddeld gewicht van de geschoten reeën per WBE zijn niet goed vergelijkbaar omdat het aandeel kalveren in het afschot per WBE zeer kan verschillen, maar ook per jaar.
Vaststelling afschot 2010
Voor 2010 zal het afschot anders worden bepaald. Voorheen werd het afschot inclusief het valwild vastgesteld. Het komend seizoen is het afschot dus exclusief het valwild. Hieronder wordt aangegeven op welke wijze deze overgang wordt gerealiseerd.
Het afgelopen seizoen is gerealiseerde afschot ten opzichte van het toegekende afschot door de Fbe is gemiddeld 83%. Als het afschot in vergelijking met vorig jaar niet wordt gewijzigd kan men dus 17% meer afschot realiseren. Gezien het feit dat de voorjaarsstelling hoger is dan de draagkracht is dat ook noodzakelijk. Daarnaast wordt gekozen om meer afschot te verlenen voor geiten ten koste van de bokken. Als algemene maatregel zal daarom voor bijna alle WBE's er meer geitenafschot worden toegewezen, waarbij als uitgangspunt wordt genomen dat alle niet gerealiseerde bokkenafschot van vorig jaar wordt gewijzigd in geitenafschot. Dit zorgt voor minder groei en de verhouding geit/bok wordt beter. Zelfs zou in overweging genomen kunnen worden om een jaar geen geitkalveren te schieten maar alleen volwassen geiten (bijvoorkeur voor 1 maart).
In enkele gevallen waar het verschil tussen telling en doelstand hoog in combinatie met gerealiseerd afschot en valwild kan het afschot worden verhoogd.
In bijgevoegd document is dit per WBE nader voor Drenthe uitgewerkt.
Bijlage: overzicht reeënafschot 2010 per WBE in Drenthe.