De Damhert ontheffing wordt m.i.v. 1 januari 2011 niet meer op voorhand verleend.
Bij een acuut gevaar voor de verkeersveiligheid is de politie de eerste verantwoordelijke om een damhert te (laten) doden.
Enkel indien er géén sprake is van een acuut dreigend gevaar voor de verkeersveiligheid kan de ontheffing door de FBE worden doorgeschreven aan een WBE. Er zal dan eerst een veldcontrole door de provincie plaatsvinden, waarbij gekeken wordt of het een ontsnapt dan wel een (ver)wild(erd) dier betreft. Indien sprake is van een ontsnapt dier dan mag het damhert niet op basis van een provinciale ontheffing worden gedood, maar is het de verantwoordelijkheid van de eigenaar het dier te vangen.
De ontheffinggebruiker dient zich er van te vergewissen dat er van het damhert geen eigenaar bekend is (d.m.v. navraag bij lokale houders van damherten en lokale politie en/of andere handhavers) en dat het dier niet benaderbaar is tot op 40 meter (de afstand waarbij een dier verdoofd zou kunnen worden).
De ontheffingen voor damherten die in 2010 door de FBE zijn doorgeschreven naar alle WBE’s zijn dus niet meer rechtsgeldig. Wanneer er dus géén acuut gevaar dreigt voor de verkeersveiligheid dient de ontheffing opnieuw te worden aangevraagd bij de FBE.