Wildbeheereenheid De Brabantse Wal
In het kader van beheer en schadebestrijding zijn binnen het werkgebied van Wildbeheereenheid De Brabantse Wal de onderstaande handelingen toegestaan.
De Flora en faunawet gaat er vanuit dat de feitelijke grondgebruiker zelf verantwoordelijk is voor het voorkomen van schade aan de in de wet genoemde belangen.
De grondgebruiker kan echter bij de uitvoering van deze handelingen de hulp inroepen van jachtaktehouders. De grondgebruiker kan middels een grondgebruikersverklaring jachtaktehouders toestemming geven buiten zijn aanwezigheid handelingen te verrichten die hij zelf niet kan uitvoeren (bv het gebruiken van het jachtgeweer).
Anders dan bij jacht is hier geen sprake van een door beide partijen ondertekende overeenkomst, maar van een toestemming van de grondgebruiker.
Ministeriële vrijstelling (artikel 75):
Door de Minister zijn op basis van artikel 75 bosmuizen, veldmuizen en mollen aangewezen als diersoort die ter voorkoming van schade en overlast mogen worden bestreden.
Bestrijding dient plaats te vinden met de door de wet toegestane middelen.
Landelijke vrijstelling (artikel 65):
Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen,vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren of schade aan fauna zijn door de minister de volgende dieren vrijgesteld.
|
Nederlandse naam |
Wetenschappelijke naam |
Canadese gans |
Branta canadensis |
Houtduif |
Columba palumbus |
Konijn |
Oryctolagus cuniculus |
Kauw |
Corvus monedula |
Vos |
Vulpes vulpes |
Zwarte kraai |
Corvus corone corone |
De vrijstelling houdt in dat deze dieren jaarrond mogen worden bestreden ter voorkoming van schade wanneer deze in het huidige of komende jaar schade zouden kunnen veroorzaken aan de boven gestelde belangen. De reikwijdte van de vrijstelling is voor zover de gronden gelegen zijn binnen de werkgebieden van door G.S. gepubliceerde Wildbeheereenheden.
Provinciale vrijstelling (artikel 65):
Ter voorkoming van schade aan gewassen gedurende het huidige of komende beheerjaar en ter bestrijding van dreigende schade is het de grondgebruiker (of jachtaktehouder in bezit van een schriftelijke grondgebruikersverklaring) toegestaan de volgende diersoorten opzettelijk te verontrusten1;
Brandgans, Ekster, Fazant, Grauwe gans, Haas, Holenduif, Knobbelzwaan, Kolgans, Meerkoet, Roek, Rotgans, Smient, Spreeuw, Taïgarietgans, Toendrarietgans, Wilde eend en Woelrat.
De vrijstelling met betrekking tot het doden van dieren geldt in Noord-Brabant alleen voor woelratten in fruit.
1. Het verontrusten geldt niet voor ganzen en smienten, te weten brandganzen, grauwe ganzen, kolganzen, rotganzen, smienten, taïgarietganzen en toendrarietganzen in de periode 1 oktober tot 1 april, binnen de door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant aan te wijzen dan wel aangewezen foerageergebieden op grond van het Beleidskader faunabeheer ganzen en smienten
Provinciale aanwijzing (artikel 67):
Jachtaktehouders zijn aangewezen als categorie van personen die, ter beperking van de stand van muskusrat (in het belang van de openbare veiligheid), rosse stekelstaart, verwilderde kat (beide ter voorkoming van schade aan flora en fauna), verwilderde duif (ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen) en damhert en wild zwijn (beide in het belang van de openbare veiligheid en ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen), op alle gronden waarop zij rechthebbende zijn genoemde soorten mogen reguleren.
Als toegestane middelen ter beperking van muskusrat, rosse stekelstaart, verwilderde duif en verwilderde kat zijn aangewezen: kogelgeweer min. cal. 5,6 x 15 mm. en hagelgeweer 12, 16, 20; ter beperking van damhert en wild zwijn zijn aangewezen: kogelgeweren van min. 6,5 mm./2200 Joules;
Bij afschot van wilde zwijnen dient tevens een bloedmonster te worden afgenomen.
Voor meer informatie 013-5450800
Deze aanwijzing geldt niet voor de gebieden als bedoeld in artikel 46 lid 3 van de Flora- en faunawet (met name natuurmonumenten, wetlands en Vogelrichtlijngebieden). Voor deze gebieden kan de provincie in voorkomende gevallen specifieke aanwijzingsbesluiten nemen.
Beverratten
Provinciale rattenvangers zijn aangewezen als categorie van personen die in de gehelde provincie zonder toestemming van de grondgebruiker beverratten mogen bestrijden
Ontheffingen (artikel 68)
Op basis van het door G.S. goedgekeurde faunabeheerplan kan door de Faunabeheereenheid ontheffing op voorhand worden aangevraagd.
In onderstaande lijst is vermeld welke ontheffingen op voorhand aan de Faunabeheereenheid zijn verleend.
De Faunabeheereenheid kan machtiging verlenen tot het uitvoeren van de ontheffing.
Deze machtiging dient te worden geactiveerd alvorens uitvoering gegeven mag worden aan de ontheffing.
Voor alle ontheffingen ter voorkoming van schade aan gewassen geldt, dat voordat de machtiging tot uitvoering kan worden aangevraagd tenminste twee preventieve maatregelen moeten zijn ingezet ter verjaging van de op basis van de provinciale vrijstelling genoemde soorten.
Machtigingen dienen compleet ingevuld en voorzien van de handtekeningen van grondgebruiker en jachtaktehouder voor 13:00 uur naar de Faunabeheereenheid te zijn gefaxt/gemaild om op de betreffende dag te worden geactiveerd.
Machtigingen op basis van ontheffing op voorhand wordt verleend via de locale Wildbeheereenheid. De Wildbeheereenheid verzorgt binnen haar werkgebied de coördinatie van beheer en schadebestrijding op basis van het faunabeheerplan.
Nadat de machtiging tot uitvoering is geactiveerd kan de eerst volgende dag uitvoering gegeven worden aan de machtiging.
Perceelsgebonden machtigingen worden over het algemeen verleend tot de laatste dag van de volgende maand.
Gedurende de looptijd van de machtiging dienen de op de machtiging vermelde preventieve maatregelen operationeel in het veld aanwezig te zijn.
De afdeling Handhaving van de Provincie Noord-Brabant houdt hier actief toezicht op.
Aan de Faunabeheereenheid verleende ontheffingen op voorhand op basis van het faunabeheerplan 2006-2011.
|
Diersoort |
Periode |
Belang |
Gewas |
Overwinterende grauwe ganzen |
|||
Over wintererende kolganzen |
|||
Overwinterende smienten |
|||
Overzomerende grauwe ganzen |
1 april / 30 september |
Schade aan gewassen |
Gras, graszaad, granen, suikerbieten, peulvruchten. |
Wilde eenden |
1 juni /14 augustus |
Schade aan gewassen |
Granen, peulvruchten |
Hazen |
1 mei / 31 juli |
Peulvruchten, suikerbieten, vollegrondsgroenten |
|
Hazen |
1 januari / 31 maart |
Fruitbomen, boomteelt |
|
Konijnen |
1 april / 31 maart |
Schade aan sportvelden |
Alle middelen |
Reegeit Reekalveren (bok/geit) |
1 januari/ 15 maart |
Populatiebeheer/ verkeersveiligheid/ dierenwelzijn |
Beheer conform WBE beheerplan |
Reebok |
1 mei / 15 september |
Populatiebeheer/ verkeersveiligheid/ dierenwelzijn |
Beheer conform WBE- beheerplan |
Het kan zijn dat aanvullende ontheffingen zijn afgegeven, deze zijn vaak niet voor het gehele werkgebied van de WBE en zijn daarom niet in deze lijst vermeld.
|
! |
Wanneer voor een bepaalde dier-gewascombinatie de benodigde ontheffing niet op voorhand aan de Faunabeheereenheid is verleend dient via het eenloket bij de Faunabeheereenheid aanvullend ontheffing aangevraagd te worden. De Faunabeheereenheid verzorgt de verdere aanvraag bij de provincie Noord-Brabant. Men dient dan wel rekening te houden met een aanvraagperiode van ca 6 tot 7 weken. |
Doden exoten en verwilderde dieren op het ogenblik niet (meer) zonder meer toegestaan!
Het doden van exoten en verwilderde dieren met het geweer is volgens de minister van LNV alleen toegestaan wanneer de provincie daartoe een aanwijzing (art.67) heeft gedaan. Wanneer de provincie jachtaktehouders niet heeft aangewezen als categorie van personen die met behulp van het geweer exoten en verwilderde dieren mogen doden, zijn jagers in overtreding wanneer ze deze dieren doden.
Voor de in Noord-Brabant aangewezen diersoorten zie de aanwijzing artikel 67
Bij actueel treft u meer informatie over de actuele situatie