Onder de flora en faunawet zijn een drietal vrijstellingen mogelijk.
Ministeriele vrijstelling
Als eerste de Ministeriële vrijstelling; deze wordt afgegeven op basis van o.a. gedragscodes.
Deze vrijstelling wordt inhoudelijk niet verder op deze site te behandeld.
Landelijke vrijstelling (art 65)
Soorten die het gehele jaar in het hele land worden gedood ter voorkoming van schade aan de landbouw of fauna zijn:
-Canadese gans,
-houtduif,
-kauw,
-zwarte kraai,
-konijn en
-vos
Hiervoor is geen vergunning nodig wel dient men in het bezit te zijn van een toestemming van de grondgebruiker.
Indien van het geweer gebruik gemaakt wordt is een jachtakte en toestemming van de grondgebruiker vereist en is de 40 ha regeling van toepassing.
Voor fretteren is geen jachtakte en geen 40 ha nodig als er geen geweer bij wordt gebruikt.
Reikwijdte van de vrijstelling is vastgelegd in artikel 65.
Wanneer binnen het werkgebied van een Wildbeheereenheid schade dreigt kunnen vrijgestelde diersoorten binnen dat werkgebied worden gereduceerd.
Handelingen zijn niet perceelsgebonden en preventieve middelen zijn niet verplicht.
Provinciale vrijstelling (art 65)
Door de provincie kan ook een vrijstelling worden afgegeven voor diersoorten die in delen van het land schade aanrichten aan gewassen of overmatige predatie veroorzaken aan inheemse beschermde fauna.
Dit kan voor het verjagen en voor het doden van bepaalde soorten. De vrijstelling met betrekking tot het doden van dieren geldt in Noord-Brabant alleen voor woelratten in fruit.
Verjaging
De volgende diersoorten mogen worden verjaagd ter voorkoming van belangrijke schade aangewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren; Brandgans, Ekster, Fazant, Grauwe gans, Haas, Holenduif, Knobbelzwaan, Kolgans, Meerkoet, Roek, Rotgans, Smient, Spreeuw, Taigarietgans, Toendrarietgans, Wilde eend en de Woelrat.
Beleidskader overwinterende ganzen en smienten
Voorgaande lijst geldt niet voor ganzen en smienten, te weten brandganzen, grauwe ganzen, kolganzen, rotganzen, smienten, taigarietganzen en toendrarietganzen in de periode 1 september tot 1 april, binnen de door GS van Noord-Brabant aangewezen foerageergebieden op grond van het Beleidskader faunabeheer ganzen en smienten.