- gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten, d.d. 19 september 2006;
- gelet op de artikelen 65 en 66 van de Flora- en faunawet, de provinciale inspraakverordening en de toepasselijke bepalingen in de Provinciewet en de Algemene wet bestuursrecht;
- gelet op de ingebrachte zienswijze van De Faunabescherming d.d. 18 september 2006;
- gelet op het advies van het Faunafonds d.d. 13 oktober 2006;
- gelet op het advies van de Provinciale Commissie Ecologie d.d. 28 november 2006;
-gelet op het advies van de Commissie Ruimte en Milieu, d.d. 8 december 2006;
besluiten:
de Verordening vrijstellingen ex artikel 65 Flora- en faunawet van
3 december 2004 te wijzigen en opnieuw vast te stellen als de Verordening
vrijstellingen ex artikel 65 Flora- en faunawet 2007:
Artikel 1
1. In afwijking van het bepaalde in artikel 9 van de Flora- en faunawet is hetde grondgebruiker toegestaan dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen op de door hem gebruikte gronden of in aan door hem gebruikte opstallen ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren.
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 10 van de Flora- en faunawet is het de grondgebruiker toegestaan dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten op de door hem gebruikte gronden of in aan door hem gebruikte opstallen ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing voor de gebruikers van opstallen, niet zijnde de grondgebruiker, voor zover het de door hem gebruikte opstallen en de daarbij behorende erven betreft.
Artikel 2
Het bepaalde in artikel 1 lid 1 is uitsluitend van toepassing met betrekking tot de volgende diersoorten:
a. Woelrat: met gebruik van de wettelijk toegestane middelen, op percelen met appels en peren.
Artikel 3
1. Het bepaalde in artikel 1 lid 2 is uitsluitend van toepassing met betrekking tot de volgende diersoorten:
a. Brandgans
b. Ekster
c. Fazant
d. Grauwe gans
e. Haas
f. Holenduif
g. Knobbelzwaan
h. Kolgans
i. Meerkoet
j. Roek
k. Rotgans
l. Smient
m. Spreeuw
n. Taïgarietgans
o. Toendrarietgans
p. Wilde eend
q. Woelrat
2. Het bepaalde in artikel 1 lid 2 juncto artikel 3 lid 1 geldt niet voor ganzen en smienten, te weten brandganzen (a), grauwe ganzen (c), kolganzen (h) rotganzen (k), smienten (l), taïgarietganzen (n) en toendrarietganzen (o) in de periode 1 oktober tot 1 april, binnen de door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant aan te wijzen dan wel aangewezen foerageergebieden op grond van het Beleidskader faunabeheer ganzen en smienten.
Artikel 4
1. Deze verordening wordt aangehaald als de Verordening vrijstellingen ex artikel 65 Flora- en faunawet 2007 van de provincie Noord-Brabant.
2. De verordening wordt vastgesteld voor onbepaalde tijd.
3. Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie in het Provinciaal Blad.
’s-Hertogenbosch, 2 februari 2007.
Provinciale Staten voornoemd,
de voorzitter de griffier
J.R.H. Maij-Weggen
mw. drs. E.M.W.J. Wöltgens
Nummer: 1263583
Uitgegeven, 14 februari 2007
De secretaris van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
drs. W.G.H.M. Rutten