U bevindt zich hier:

fbp deel 1 H 3.doc

3 Monitoring en evaluatie gevoerde faunabeheer

3.1 Monitoring

Het faunabeheerplan en het provinciale beleid zullen na vijf jaar worden geëvalueerd. Om evaluatie van het gevoerde beheer mogelijk te maken zal gedurende de looptijd van het plan op systematische wijze informatie worden verzameld (monitoring) over:

- De aard, omvang en kwaliteit van faunapopulaties.

- De ondervonden schade aan belangen ingevolge de Flora- en faunawet (landbouw, bosbouw, veiligheid) alsmede schade aan flora en fauna.

- De effectiviteit en efficiëntie van de getroffen maatregelen ter voorkoming en bestrijding van deze schades.

De monitoring is een middel voor de beleidsevaluatie en de evaluatie van beheer en schadebestrijding.

De eindverantwoordelijkheid voor de monitoring ligt bij de Provincie. Bij de uitvoering van de monitoring is er sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de partners: Provincie, FBE, grondgebruikers en grondeigenaren waaronder de terreinbeherende organisaties, civiele- en burgerlijke autoriteiten (gemeente, politie, wegbeheerders, gezondheidsdiensten, burger- en defensieluchtvaart) en de jacht(akte)houders. Ieder van deze heeft hierbij een eigen rol.

De Provincie verzorgt de verzameling van algemene gegevens over de aard, de omvang, de kwaliteit en de ontwikkeling van faunapopulaties al dan niet in hun onderlinge samenhang.

De grondeigenaren en gebruikers staan aan de lat voor het systematisch (laten) verzamelen van gegevens over optredende schade aan landbouw, bosbouw en flora en fauna op hun eigendommen.

De burgerlijke en civiele autoriteiten hebben een eigen en specifieke taak ten aanzien van de uitvoering van de monitoring van veiligheidsaspecten.

De jacht(akte)houders en de uitvoerders van de beheersmaatregelen dienen de gegevens te verzamelen over getroffen preventieve maatregelen en eventueel afschot.

Aan de basis, op het locale niveau, kan hierbij de WBE een belangrijke en coördinerende rol vervullen door de coördinatie van de diverse actoren en het bijeen brengen van de gegevens op lokaal niveau.

De FBE zal de inhoudelijke verbanden tussen de algemene monitoring en die op het locale niveau leggen. Tevens heeft de FBE een toetsende functie op kwaliteit en volledigheid van de aangeleverde gegevens. De FBE speelt daarnaast een belangrijke rol in de coördinatie van de diverse actoren.

3.2 Evaluatie gevoerde faunabeheer

De Faunabeheereenheid werkt met het afgeven van machtigingen voor het uitvoeren van ontheffingen op voorhand via wildbeheereenheden. Binnen de Provincie Noord Brabant zijn 58 wildbeheereenheden actief. In het faunabeheerplan 2004/2006 is een volledig beheerjaar uitgevoerd.

Over 2005 zijn alle beschikbare en van belang zijnde cijfers verzameld en in het rapportageoverzicht per wbe-werkgebied verwerkt. Populatiecijfers die betrekking hebben op 2005 zijn op dit moment nog niet beschikbaar. Deze komen in de loop van 2006. Kaarten met de geregistreerde gebieden worden door de KNJV aan G.S. aangeleverd en vastgesteld. De Faunabeheereenheid Noord-Brabant werkt met ingang van 1 januari 2005 met deze werkgebieden.

De jaarlijkse rapportage van de Faunabeheereenheid wordt dan ook op wildbeheereenheid niveau uitgewerkt. Zo ontstaat er jaarlijks een beeld van ontwikkelingen binnen een afgebakend werkgebied en op een uniforme wijze verwerkt. Gegevens kunnen tevens de input zijn voor de monitoring. De evaluatie zal op de volgende wijze worden uitgewerkt.

Grondgebruik

Vermeld wordt het totale oppervlak van het werkgebied van de WBE afgerond op 500 ha.

Grenzen van de WBE zijn vastgelegd door de KNJV. Aanpassing van de werkgebieden vindt alleen plaats door de KNJV.

Aangegeven wordt wat het geregistreerde grondgebruik binnen de betreffende WBE is.

Bron van deze gegevens is afkomstig van de ZLTO.

De oppervlakte wordt uitgezet is % ten opzichte van het totale geregistreerde agrarisch grondgebruik. Alleen grote schommelingen in grondgebruik worden vermeld.

Uitgegaan wordt van de gegevens van het laatste kalenderjaar.

Faunaschade

Door het Faunafonds wordt jaarlijks een overzicht geleverd van de hoeveelheid schademeldingen die worden gemeld. Deze cijfers worden op 3 cijferig postcodegebied verwerkt.

De Faunabeheereenheid heeft deze postcodegebieden gekoppeld aan de werkgebieden van de wildbeheereenheden. Zodoende is binnen het werkgebied bekend welke schade gemeld is.

Het gaat hierbij om getaxeerde schade. De uitgekeerde schade wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. Startjaar van de schadecijfers is 2003.

Alle schadecijfers zullen worden opgenomen in de evaluatie. Cijfers kunnen ook als signaalfunctie worden gebruikt.

Populatie

In de eerste zaterdag van april wordt door de wildbeheereenheden de voorjaarsstand geïnventariseerd. Deze tellingen worden door vanuit de KNJV begeleid en vormen de basisgegevens binnen het werkgebied van de WBE. Het gaat hierbij om faunasoorten die schade kunnen veroorzaken, aan door de wet gestelde belangen.

Beheer en schadebestrijding

Overzicht van de uitvoering van beheer en schadebestrijding binnen het werkgebied van de WBE.

Vrijstelling

Door de minister kunnen op basis van het besluit beheer en schadebestrijding diersoorten, diersoorten worden vrijgesteld van de bescherming van de artikelen 9 tot en met 12. In dit besluit staan ook de diersoorten die door de provincie van een of meerder artikelen kunnen worden vrijgesteld. Dit gebeurd middels een provinciale verordening.

Het besluit beheer en Schadebestrijding dieren kan worden aangepast wanneer nodig.

De provinciale verordening wordt iedere twee jaar herzien. De laatste herziening heeft plaats gevonden op 3 december 2004

Aanwijzing

De provincie heeft de mogelijkheid personen of categorieën van personen aan te wijzen voor het verrichten van handelingen die zijn verboden op basis van de artikelen 9 tot en met 12 van de Wet

Ontheffing

Ontheffing op voorhand

Door de Faunabeheereenheid zijn ontheffingen op voorhand bij de provincie aangevraagd. Grondgebruikers en jachtaktehouders rapporteren over het gebruik van deze ontheffingen.

Aanvullende ontheffing

Naast de ontheffingen op voorhand worden ook via de FBE aanvullende ontheffingen aangevraagd. Deze ontheffingen hebben betrekking op situaties die nog niet eerder hebben plaatsgevonden.

Ook deze gegevens worden op WBE-niveau inzichtelijk gemaakt.

Jaarlijkse evaluatie heeft betrekking op de periode 1 april tot en met 31 maart en zal plaatsvinden voor 30 juni.

Cijfers onderbouwen eventuele te nemen maatregelen.

3.3 Ontwikkelingen t.o.v. het faunabeheerplan 2004-2006

In deze paragraaf wordt aangegeven wat er met de leemte is gebeurd in de voorliggende periode. Bij de goedkeuring van het faunabeheerplan 2004-2006 op 22 juni 2004 heeft G.S. een aantal opmerkingen gemaakt. Een aantal van deze punten is in het afgelopen jaar ingevuld, maar de wijzigingen in beleid en wetgeving hebben ook gemaakt dat er nieuwe interpretaties zijn ontstaan die weer op een nieuwe wijze dienen te worden ingevuld.

Het faunabeheerplan is voor de looptijd van twee jaar goedgekeurd in die periode zou het mogelijk moeten zijn, de tot op dat moment aanwezige leemten in te vullen. Feitelijk heeft de Faunabeheereenheid een jaar (2005) gehad om naast het ervaring opdoen met de werkwijze ook aangegeven leemtes in te vullen en de ontbrekende informatie op uniforme en gecoördineerde wijze te verwerken. Deze doelstellingen zijn geheel of gedeeltelijk gerealiseerd. In de volgende paragrafen worden de punten behandeld.

Monitoring algemeen

In het afgelopen jaar heeft de Faunabeheereenheid in overleg met de Provincie afspraken gemaakt over het opzetten en het invullen van monitoring op provinciaal niveau.

Het verkrijgen van algemeen geaccepteerde cijfers is een verantwoordelijkheid van de provincie. Zij is het die bepaald welke cijfers de basis vormen voor het te vormen en volgen beleid.

Voor het verzamelen van deze cijfers zijn veel partijen in beeld. Gezien de omvang van het gebied is het onmogelijk een professioneel bedrijf in te schakelen voor de inventarisatie.

De afdeling Natuurverkennng van de Provincie heeft veel gegevens over de aanwezige fauna in de provincie. Medewerkers van de Provincie voeren gericht inventarisaties uit en brengen deze gegevens binnen. Ook Sovon is een belangrijke bron voor het aanleveren van gegevens over vogels. Sovon verzameld jaarrond cijfers over de aanwezige vogels. Daarnaast is in 2005 begonnen om op het werkniveau van de wildbeheereenheden voorjaarstellingen uit te voeren. Deze telling wordt jaarlijks uitgevoerd op de eerste zaterdag van april.

Bruikbare resultaten worden echter pas in de loop van 2006 verwacht.

Concrete uitwerking van de monitoring zal in de loop van 2006 haar uitwerking krijgen.

Kwantitatieve gegevens over diersoorten

In haar besluit gaf G.S. aan dat zij voor veel diersoorten onvoldoende gegevens aantrof over de aantallen van de moegelijke schadesoorten in Noord-Brabant. In het bijzonder met betrekking tot de “voormalige” wildsoorten waren onvoldoende cijfers voorhanden.

Het ging hierbij vooral om de trendgegevens op provinciaal niveau.

Op dit moment zijn de onderstaande mogelijkheden voor handen. De definitieve invulling van de monitoring zal plaatsvinden onder regie en verantwoordelijkheid van de provincie. Zoals beschreven in hoofdstuk 3.1.

Cijfers worden op de volgende wijze ingevuld:

Jaarlijkse bijwerking van de cijfers op provinciaal niveau door Sovon. Uit de telgegevens kan een trendcijfer worden afgeleid.

Door de wildbeheereenheden wordt in het eerste weekend van april geteld.

Voor de wildsoorten worden tijdens deze telling trendcijfers verzameld.

Voor de overige mogelijke schadesoorten worden absolute aantallen geteld. Uit deze cijfers kan lokaal een trend afgeleid worden.

Van reeën worden jaarlijks de voorjaarstand geteld. Deze voorjaarstelling vindt plaats in de laatste weken van maart, verspreidt over 3 telmomenten. In overleg met de provincie zal hier nog verder invulling aan worden gegeven.

Ten aanzien van de populatie vossen in Noord-Brabant is de KNJV in 2004 begonnen met het inventariseren van de belopen vossenburchten. Dit zegt niet direct iets over de grootte van de populatie maar wel over de spreiding en de trend.

Das en Boom heeft cijfers over het voorkomen van dassen in Noord-Brabant.

Over de woelrat zijn geen cijfers bekend. Dit is een leemte die mogelijkerwijs met een aanvullend onderzoek dient te worden ingevuld.

Effectiviteit van de preventieve maatregelen

Tijdens de Jachtwet en in de aanloop naar de Flora- en faunawet is er weinig onderzoek gedaan naar de inzet en de effectiviteit van preventieve maatregelen. Over de periode tot 2005 is niet actief een registratie en evaluatie bijgehouden naar de effectiviteit van de preventieve middelen.

De Provincie Noord-Brabant heeft wel een enquête gehouden. De resultaten zijn in een rapport verwerkt “Scarry Harry of vogelafweerpistool”. Ook het Faunafonds heeft van de Minister van LNV opdracht gekregen nader onderzoek uit te voeren. De Faunabeheereenheid is bereid hieraan haar medewerking te verlenen.

Wel is bekend dat het lange tijd gebruik van dezelfde werende middelen weinig effectief is.

Gezocht zal moeten worden naar langere effectiviteit en variatie in middelen.

In 2005 heeft de Faunabeheereenheid ervaring opgedaan met het afgeven van machtigingen op basis van ontheffing op voorhand. Evaluatie en effectiviteit van de ingezette middelen is echter op dit moment nog niet te bepalen. Daarvoor zijn te weinig machtigingen over een te verspreid gebied afgegeven. Evaluatie met betrekking tot de effectiviteit kan op zijn vroegst worden verwerkt nadat twee jaar ervaring is opgedaan.

Monitoring en evaluatie

Het onderdeel monitoring is reeds in paragraaf 3.1verwerkt.

Over de concrete invulling van de monitoring zal nader overleg en invulling worden gegeven in samenwerking met de provincie.

Evaluatie zal jaarlijks plaatsvinden volgends de uitwerking zoals aangegeven in 3.2.

Deze evaluatie vindt plaats binnen 3 maanden na afloop van het beheerseizoen (uiterlijk 30 juni).

Het beheerseizoen op basis waarvan de Faunabeheereenheid werkt loopt van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar.

Reden van deze werkwijze is dat de beheerperiode van de reegeiten loopt tot 15 maart en de uitvoering van het beleidskader ganzen en smienten loopt tot 31 maart. Rapportages van deze diersoorten worden dan ook meegenomen. Van veel diersoorten is tevens de voorjaarsstand bekend.

Ook is het dan mogelijk om de schadecijfers van het Faunafonds te gebruiken voor de evaluatie.

Het Faunafonds levert per halfjaar de schadecijfers aan op Internet.

Schadekaarten zoals deze in het eerste waren opgenomen worden helaas niet meer geleverd.

Dit is ondervangen door de Faunabeheereenheid via de jaarlijkse evaluatie.

Gewenste stand

Door G.S. werd bij de goedkeuring opgemerkt dat aan dit begrip onvoldoende invulling was gegeven.

Ook in dit plan wordt de gewenste stand voor een aantal diersoorten niet ingevuld.

Het huidige faunabeheer houdt zich voornamelijk bezig met het bestrijden van schade op perceelsniveau.

Het aangeven van een gewenste stand op perceelsniveau is onmogelijk. Hierbij zijn zoveel variabelen van invloed. Gedurende de looptijd van dit plan zal de Faunabeheereenheid er naar werken dat er een benadering van de gewenste stand komt. Hiervoor is het noodzakelijk dat de monitoring is ingevuld.

Monitoring kan meer inzicht geven in de relatie tussen populatieomvang, samenstelling van het gebied en ontstane schade. Relaties kunnen echter niet op basis van een enkel jaar getrokken worden hier is meer tijd voor nodig.

Draagkracht

De term draagkracht heeft komt in grote mate overeen met de gewenste stand zoals eerder beschreven.

Het verschil zit hem echter in het volgende: gewenste stand is een menselijke maatstaf (topdown benadering), de draagkracht meer een dierlijke (Bottum up).

Draagkracht wordt veelal op een modelmatige wijze benadert. Het wordt al gauw uitgelegd als populatiebeheer. Populatiebeheer is een belang dat op dit moment alleen voor de grote hoefdieren wordt gebruikt. Er zijn wel ontwikkelingen om het beheer van roeken, ganzen en knobbelzwanen op basis van populatiebeheer uit te voeren. Daar is door de Faunabeheereenheid echter niets mee gedaan, omdat de Faunabeheereenheid uitgaat van het vastgestelde beleid.

Samenhangende aanpak van het faunabeheer

Deze relaties zijn tot in het oneindige te leggen. Ook hier moet worden erkend dat de meeste kennis er gewoon niet is. Veel relaties kunnen worden aangegeven echter veel van deze zaken zijn nooit wetenschappelijk onderzocht of erkend.

De Faunabeheereenheid beperkt zich tot enkele relaties. Zo worden de overzomerende populaties van ganzen gezamenlijk in een hoofdstuk behandeld, omdat de schades en schadebeelden overeenkomen.

Dit wil echter niet zeggen dat de populaties altijd gezamenlijk optrekken.

Ook wanneer de herintroductie van de edelherten in Noord-Brabant plaatsvindt, zal de relatie tussen reeën en edelherten moeten worden aangepast.

Registratie faunaschade

In artikel 10.e van het Besluit beheer een schadebestrijding diersoorten is gesteld dat het faunabeheerplan inzicht moet geven over de mate waarin de belangen in de voorgaande 5 jaren zijn geschaad.

In het vorige plan werd dit mede gevisualiseerd met kaarten op postcode niveau. Deze kaarten werden door het faunafonds ter beschikking gesteld. Door een wijziging in het beleid en de registratie van de schade door het Faunafonds, worden deze kaarten niet meer standaard door het Faunafonds geproduceerd. Wel zijn de schades per geval op Internet te raadplegen. Waar in het vorige plan in de bijlage de kaarten waren opgenomen ontbreken die in het huidige plan. Schade wordt alleen nog op postcodegebied vermeld. Ook wordt er geen onderscheid meer gemaakt in gewassen. Geconstateerd is dat als er een populatie aanwezig is die aan enig gewas schade veroorzaakt, ook in andere gewassen schade kan ontstaan. Voor veel gebieden is o.a. voor ganzen en knobbelzwanen aanvullende ontheffing aangevraagd als aanvulling op de vrijstelling voor het verjagen van de betreffende soorten.

Vanwege de verschillende manieren van registreren is heeft het bestuur van de Faunabeheereenheid besloten om voor de beoordeling van de schadecijfers uit te gaan van de cijfers van de laatste drie jaar, te weten 2003, 2004 en 2005.

Deze cijfers zijn op uniforme wijze geregistreerd en zijn vergelijkbaar. De cijfers uit 2001 MKZ en 2002 overgang van de Jachtwet naar de Flora en Faunawet zijn onderhevig aan verschillende invloeden. Voor het totaalbeeld van de schade in de provincie zijn deze cijfers wel in het plan opgenomen.