KOLGANS

De kolgans is te herkennen aan een grote witte vlek rond zijn snavel: de kol of bies genoemd. Hij wordt 65 tot 80 centimeter groot. Verder lijkt hij een kleine versie van de grauwe gans: bruingrijs met roze poten en snavel en met onregelmatige zwarte strepen op de buik. Hij verblijft en broedt in waterrijke graslanden. Veel kolganzen zijn het hele jaar in het land, een deel overwintert vanuit Siberië. Een jaarlijks nest brengt 4 tot 6 eieren. Gras is de hoofdmaaltijd van de kolgans. 

 

WAAROM BEHEER NODIG IS

Het aantal broedende  kolganzen groeit in Nederland met 5% per jaar. Kolganzen eten naast gras net ingezaaide landbouwgewassen, maar soms ook oogstresten van suikerbieten. In hele natte gebieden eten de ganzen ook graswortels en wilde planten op akkers en akkerranden. In de winter eten ze graan, spruitend graan en aardappels. Dat is ook de periode waarin agrarische gebieden de meeste schade oplopen. Ganzen bevuilen percelen met gewassen met hun uitwerpselen.

 

HOE VOORKOM JE SCHADE

De kolgans mag preventief worden verjaagd als daarmee schade aan landbouwgewassen wordt voorkomen. Om schade aan gewassen te voorkomen kan de agrariër visuele en akoestische middelen inzetten als vlaggen, flitsmolens, vogelverschrikkers, knalapparaten, nabootsing roofvogels en vogelafweerpistolen. Kijk voor meer informatie naar de preventiekit voor ganzen van het Faunafonds, onderdeel van Bij12. Ook het rapen van eieren is als preventie in het voorjaar toegestaan. 

 

WANNEER PREVENTIE NIET HELPT

Bezoek de website van de faunabeheereenheid in uw provincie voor verdere informatie en mogelijkheden. Via onze contactpagina wordt u automatisch doorgelinkt.

 

HET WETEN WAARD

  • Er verblijven maximaal 900.000 kolganzen in Nederland. Dat is 80% van de totale wereldpopulatie.
  • De roep van de kolgans is te omschrijven als een hoog, kakelend gejodel.