DE WET

 

Door de wetgever zijn 10 belangen in de Wet opgenomen, die kunnen worden geschaad. De wetgever stelt daarbij wel, dat voordat ten aanzien van bepaalde diersoorten handelingen worden verricht, alles naar redelijkheid is gedaan om schade te voorkomen. In de Flora en faunawet wordt dit uitgelegd als: Nee, tenzij……  
Wanneer schade niet is te voorkomen door verjaging en het weren van diersoorten in relatie tot het belang wat geschaad wordt, dan kan het voorkomen dat dieren moeten worden weggenomen. Vaak gebeurt dit door afschot, omdat vangen en verplaatsen in veel gevallen ook het verplaatsen van het probleem is.
Hierbij wordt wel weer gekeken wat verantwoord is. Het onbeperkt doden van dieren zonder reden is dan ook niet toegestaan. Om dit goed te kunnen beoordelen en te verantwoorden wordt er gemonitord. Dit betekent dat jaarlijks wordt bekeken wat de ontwikkelingen van bepaalde dierpopulaties zijn.
Deze gegevens worden uitgewerkt in de Faunabeheerplannen. 
Alle handelingen vinden plaats op basis van de door de faunabeheereenheid opgestelde en door G.S. goedgekeurde Faunabeheerplannen. 


 

UITVOERING

Voor het verontrusten of doden van in het wild levende dieren is toestemming nodig van het ministerie van Economische zaken of van de provincie. Dit gebeurt via vrijstellingen, ontheffingen en aanwijzingen. De inzet van deze maatregelen zijn in veel gevallen in de Faunabeheerplannen opgenomen.

 

VRIJSTELLING

  • Landelijke vrijstelling

Artikel 65 van de Ff-wet geeft aan dat de Canadese gans, de houtduif, het konijn, de kauw, de vos en de zwarte kraai bij (dreigende) belangrijke schade in heel Nederland ver- en bejaagd mogen worden. De lijst kan door het ministerie van Economische Zaken worden beperkt of uitgebreid. 

  • Provinciale vrijstelling

De provincie kan daar diersoorten aan toevoegen die mogen worden verjaagd en eventueel bejaagd. Aan een vrijstelling hangen wel voorwaarden. Zo mag dat alleen in het werkgebied van een WBE en moet de jager minimaal 40 hectare grond beheren (geregeld via jachthuurovereenkomsten en/of grondgebruikersverklaringen).


ONTHEFFING

De provincie kan ontheffing verlenen aan de Faunabeheereenheid voor het (ver)jagen van beschermde diersoorten. De FBE machtigt vervolgens de WBE. Deze ontheffing wordt sowieso uitgegeven voor diersoorten die structureel voor schade zorgen of waarvan de populatie beheerd moet worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor grauwe ganzen (vanwege de grote aantallen) en wilde zwijnen (om verspreiding te beperken tot de Veluwe). Deze structurele ontheffingen worden gegeven op basis van een faunabeheerplan per diersoort met analyse van probleem en onderbouwing (eventueel schadecijfers) voor de te nemen beheermaatregelen.

Ook grondgebruikers (eigenaren of pachters) kunnen bij dreigende schade een ontheffing aanvragen. Meestal verloopt dat via de jager en de WBE. 
Voor diersoorten waarvoor op voorhand geen ontheffing beschikbaar is, kunnen grondgebruikers een individuele ontheffing vragen. Er moet dan wel al schade zijn opgetreden of sprake zijn van dreigende belangrijke schade. Hiervoor bestaat een aanvraagformulier Flora- en faunawet van de betreffende provincie. De WBE is het eerste aanspreekpunt voor deze aanvragen. De WBE neemt eerst contact op met de FBE voor de aanvraag bij de provincie in te dienen. 

 

AANWIJZING

Gedeputeerde Staten kunnen (groepen van) mensen aanwijzen om de stand van bepaalde diersoorten te beperken. Dit gebeurt normaal gesproken vanwege volksgezondheid of voorkoming van schade. De aanwijzing wordt bijvoorbeeld ingezet om aangereden wilde dieren uit hun lijden te verlossen of niet-inheemse diersoorten (exoten) te bestrijden.

 

De Flora- en faunawet zal per 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming. Regelgeving zal dan veranderen en wordt het ook verplicht de tel- en afschotgegevens van de 5 jachtwildsoorten (fazant, houtduif, wilde eend, haas en konijn) te registeren.