X

FAUNASCHADE

 

WAT IS FAUNASCHADE?

Faunaschade is de schade die door in het wild levende diersoorten wordt veroorzaakt aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren. Denk daarbij aan een ree die aan bloembollen knabbelt of ganzen die het gras voor de koeien opeten en bevuilen. Voor individuele agrariërs kan de schade oplopen. Als de schade groot is, kunnen zij hiervoor een tegemoetkoming in de schade aanvragen. 

 

SCHADE VOORKOMEN OF BEPERKEN

Grondgebruikers (veelal agrariërs) kunnen schade aan gewassen voorkomen door preventieve maatregelen te treffen en zodoen de schadeveroorzakende diersoorten te verjagen. BIJ12 geeft in de Faunaschade PreventieKits (sinds 1-11-2024 gelden er nieuwe FPK’s) voor diersoorten of voor groepen van diersoorten een overzicht van mogelijke preventieve maatregelen om faunaschade te voorkomen en beperken. Om in aanmerking te komen voor vergoeding van schade moeten minimaal twee van deze maatregelen zijn genomen en moet er minstens toestemming voor afschot zijn aangevraagd. Vaak geldt ook de verplichting tot verjaging met ondersteunend afschot. Voor kapitaalintensieve gewassen wordt ook de inzet van een deugdelijk raster vereist bij schade door zoogdieren.  

 

AANVRAAG TOESTEMMING AFSCHOT

Als preventieve maatregelen niet voldoende effect hebben, is het mogelijk over te gaan tot afschot door de jager, maar daarvoor is toestemming nodig. De grondgebruiker kan een incidentele vergunning voor een flora- en fauna-activiteit aanvragen. De jager kan dat ook namens de grondgebruiker doen en weet voor welke diersoorten al toestemming is geregeld (grauwe ganzen) of niet nodig is (jachtsoorten, exoten, verwilderde soorten en onbeschermde soorten). 

Toestemming kan met dit aanvraagformulier bij de FBE worden aangevraagd: info@fbeflevoland.nl. De FBE controleert uw aanvraag, de Omgevingsdienst checkt of er voldoende preventieve maatregelen zijn ingezet en geeft advies en de provincie verleent de FBE de vergunning. De machtiging komt via het faunaregistratiesysteem (FRS) ter beschikking van de jager. Hij kan starten met het verjagen en afschot plegen.

Stappenplan

  1. Tref één preventieve maatregel op het schadeperceel. Maak een keuze uit de maatregelen opgenomen in de Fauna PreventieKit van de desbetreffende diersoort, of groep diersoorten, zie de website van BIJ12
  2. Vul het aanvraagformulier incidentele vergunning in;
  3. Stuur het formulier naar info@fbeflevoland.nl;
  4. Wacht ongeveer een week, de jager ontvangt de toestemming via FRS;
  5. De jager pleegt afschot volgens de voorschriften van de machtiging;
  6. De jager meldt de genomen maatregelen terug in het FRS.

Let op: Faunaschade melden in het faunaregistratiesysteem betekent niet dat u daarmee een aanvraag voor een incidentele vergunning indient. 
 

Verruiming mogelijkheden

In samenwerking met de provincie is een verruiming doorgevoerd in het aanvragen van toestemming voor verjaging met ondersteunend afschot. Deze gelden vanaf 1 mei 2026. De FBE kan u helpen bij uw aanvraag.

  1. Een vergunningsaanvraag kan worden ingediend als er sprake is van belangrijke dreigende schade aan een kwetsbaar gewas (bedrijfsmatige landbouwschade). Het perceel moet ingezaaid zijn, maar de plantjes hoeven nog niet boven maaiveld uit te komen. Voor fruitbomen geldt dat de beginnende vruchtzetting zichtbaar moet zijn. 
  2. Voor iedere groep van diersoorten moet een preventieve maatregel uit de desbetreffende Fauna Preventie Kit (hierna: FPK) worden getroffen. Komt een maatregel maar in één PFK voor, dan moet uit de FPK van de andere diersoort ook een maatregel worden genomen. Het vogelafweerpistool staat zowel in de FPK duiven als in de FPK Kraaiachtigen, dat is dat voldoende. Zie faunaschade/schade-voorkomen/ 
  3. De preventieve maatregelen moeten zijn uitgevoerd voordat de vergunningsaanvraag bij de FBE Flevoland wordt ingediend. 
  4. De Omgevingsdienst controleert of het perceel is ingezaaid, of een preventieve maatregel is getroffen en of het aantal overeenkomt met de eisen van BIJ12. Dit is ter ondersteuning van het schadedossier. 
  5. Een vergunningsaanvraag kan meerdere diersoorten omvatten: zwarte kraai, kauw, houtduif, holenduif en spreeuw.
  6. Voor soorten zoals opgenomen in een FBP (zoals knobbelzwaan, ree, damhert, edelhert, haas, konijn, ekster, vos) geldt een aanvraag per diersoort. 
  7. Voor kleine zangvogels (koolmees, pimpelmees en lijsterachtigen) worden geen incidentele vergunningen verleend. Een aanvraag indienen heeft dus geen zin.
  8. Een vergunning om schade aan fruitteelt te voorkomen wordt (in principe) alleen verleend voor de zwarte kraai, kauw, spreeuw en haas. Bij andere soorten zoals het ree en edelhert volgt vooraf overleg.
  9. Een vergunning om schade aan granen en akkerbouwgewassen te voorkomen wordt alleen verleend voor zwarte kraai, kauw, houtduif en holenduif. 
  10. De schadeveroorzakende diersoorten hoeven niet bij controle door de Omgevingsdienst op het schadeperceel te worden waargenomen. Beoordeling gaat mede op schadebeeld en verwachting.
  11. De aanvraag geldt voor de periode dat het gewas kwetsbaar is. Een aanvraag voor een hele teeltperiode wordt niet automatisch gehonoreerd. 
  12. Een vergunningsaanvraag mag meerdere percelen bevatten, van hetzelfde gewas, van dezelfde grondgebruiker, maar in het werkgebied van één WBE. De percelen hoeven niet aansluitend te zijn. De eisen omtrent het treffen van preventieve maatregelen geldt wel voor ieder afzonderlijk schadeperceel. 
  13. Als de grondgebruiker een tegemoetkoming in de schade wens aan te vragen, dan eist BIJ12 de inzet van twee preventieve maatregelen die in de FPK van de desbetreffende diersoort staat vermeld. Voor bijzonderheden of uitzonderingen dient de grondgebruiker zelf BIJ12 te consulteren. 

 

TOCH SCHADE?

Ontstaat er ondanks het nemen van preventieve maatregelen en bejaging toch schade van enige omvang? Dan kunnen grondgebruikers een tegemoetkoming in de schade indienen via mijn faunazaken. Een instructiefilmpje legt uit hoe een account ‘mijn faunazaken’ kan worden aangemaakt. Daarna kan de schade worden gemeld, de leges à €300 worden kwijtgescholden wanneer de aanvraag is goedgekeurd. Er geldt een eigen risico van €250.

Het eigen risico geldt niet als het gaat om schade veroorzaakt door een wolf, goudjakhals, bever, das, edelhert, wilde kat of lynx. Bij schade aan zacht fruit, en pit- en steenvruchten veroorzaakt door vogels is het eigen risico 40%, zoals vermeld in de beleidsregels van de provincie Flevoland 2024.

Normaal gesproken komt na het indienen van de aanvraag een taxateur langs. BIJ12 beslist over het uitkeren van de tegemoetkoming. Echter, schade veroorzaakt door exoten of verwilderde exemplaren van gedomesticeerde dieren komt niet in aanmerking voor vergoeding. 

Kijk voor de werkwijze om voor een vergoeding in aanmerking te komen op de site van Bij12 tegemoetkoming