DAMHERT

 

Het damhert varieert in kleur van gitzwart tot roodbruin met witte stippen. Hij wordt van grond tot rug tot ruim een meter hoog. Groter dan het ree, kleiner dan het edelhert. Het schoffelgewei van een volwassen mannetje is ook opvallend: het zijn meer platen dan de spitse vormen van het gewei van het ree en het edelhert. Het damhert is vooral te vinden op de Veluwe en in de Amsterdamse Waterleidingduinen, maar op meerdere plekken in Nederland leven kleine groepjes damherten. De soort wordt ook veel in hertenkampen en kinderboerderijen gehouden. In het wild eet het grassen, kruiden, maar ook bladeren, heide, eikels en granen.

 

 

WAAROM BEHEER NODIG IS

Damherten richten het gehele jaar door schade aan door het eten van eindtoppen en zijtakken in de bosbouw en boomteelt. Ze veroorzaken schade door het vegen van het bastgewei en markering van hun territorium. Soms trekken ze recent geplante bomen uit de grond of duwen ze de bomen scheef. Schilschade ontstaat door het afknabbelen van de boombast. Ze veroorzaken ook vraatschade aan de oogst van boeren door het eten van gras, granen en maïs en door lopen, liggen en/of rollen. Met hun poten krabben ze aardappelen, bieten en wortelen los uit de aarde om ze op te eten. Damherten kunnen een gevaar zijn voor verkeer (wildaanrijdingen).

 

HOE VOORKOM JE SCHADE

Rond extreem schadegevoelige gewassen zoals aardappelen, bieten en maïs is het vroegtijdig plaatsen van (tijdelijke elektrische) rasters het meest effectief om medegebruik van landbouwgronden te voorkomen.

In de preventiekit hertachtigen van het Faunafonds, onderdeel van Bij12 is een voorbeeld van zo’n hekwerk opgenomen en is er een overzicht van geadviseerde visuele en akoestische maatregelen als vlaggen, knalapparaten, flitslampen en flitsmolens. In bosrijke gebieden en zeker ‘s avonds max. 60 km/per uur te rijden, de bermen in de gaten te houden en niet uit te wijken. 

 

WANNEER PREVENTIE NIET HELPT

Om schade te voorkomen mogen damherten na toestemming van de FBE en wildbeheereenheden (WBE) het hele jaar worden verstoord. Er zijn afspraken gemaakt over de aantallen op de Veluwe en is het niet wenselijk dat deze soort zich over de rest van Gelderland verspreidt. Voor het beheer op de Veluwe is het nodig om de dieren elk voorjaar te tellen. Agrariërs, jagers en natuurorganisaties hebben binnen het bestuur van de FBE daarover regelmatig overleg. 

Populatiebeheer en schadebestrijding is in een ontheffing (toestemming) vastgelegd. Een beperkt aantal WBE’s heeft toestemming om de populatie op de gewenste stand te brengen.
Daarbij geldt:

 

  • afschot alleen in de periode van 1 augustus tot en met 15 februari;
  • het hele jaar door bij ziekte, verminking, ter voorkoming van belangrijke schade, in bepaalde gevallen alleen na toestemming van de WBE of FBE;
  • van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang;
  • niet binnen een straal van 250 meter bij een ecoduct.

 

Lees het faunabeheerplan grofwild 2014-2019 voor de achtergronden en de laatste jaarrapportage voor de realisatie van het afgelopen seizoen en het werkplan damhert voor het komende seizoen.

 

HET WETEN WAARD

  • Damherten kwamen heel vroeger al in Europa voor, maar zijn door de Romeinen weer ingevoerd.
  • Vereniging Wildbeheer Veluwe voert namens de FBE een belangrijke beheertaak op de Veluwe uit.
  • Ontsnapte damherten uit parkjes vallen onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar, ook in geval van een wildaanrijding.
  • Sinds 2001 worden op het Deelerwoud geen damherten meer geschoten. Op de Zuidoost Veluwe is het aantal damherten daardoor in 15 jaar gegroeid van 100 tot ruim 900.
  • Damherten zijn goede zwemmers.

 

MEER WETEN

- over het experiment Deelerwoud: Natuurmonumenten Deelerwoud

- over de bronsttijd van het damhert: Vereniging het Edelhert

- over hoe te handelen na een wildaanrijding: Stichting Wildaanrijdingen Nederland

- over het beheer van damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen: Rapportage2015-16 Waternet