UITVOERING

 

 

ONTHEFFINGEN: BESCHERMING, TENZIJ...

De Wet beschermt alle van nature in Nederland voorkomende dieren, tenzij ze grote schade opleveren aan verkeer, landbouw of natuur. De uitzonderingen zijn geregeld via algemeen geldende ontheffingen en ontheffingen die voor specifieke schades of gebieden gelden. 

De Wet natuurbescherming beschermt alle van nature in Nederland voorkomende:

  • zoogdieren, m.u.v. de zwarte rat, bruine rat en de huismuis
  • vogels
  • amfibieën en reptielen
  • vissen

De bescherming betekent dat de dieren niet gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of daarvoor opgespoord mogen worden. Gedomesticeerde dieren (dieren die thuis gehouden worden) vormen daarbij een uitzondering. 

 

JACHT

Met de invoering van de Wet natuurbescherming dient jacht, maar ook vrijstelling conform het faunabeheerplan plaats te vinden. In het faunabeheerplan zijn de kaders verduidelijkt waarbinnen uitvoering kan worden gegeven aan jacht. Hierin is tevens opgenomen op welke wijze jachtaktehouders en wildbeheereenheden dienen mee te werken aan het vastleggen van aantallen door hun gedode dieren en het verzamelen van populatiegegevens van in de faunabeheerplannen genoemde diersoorten. Bejaagbare diersoorten in Nederland worden als wild aangemerkt. Wildsoorten zijn haas, konijn, fazant, houtduif en wilde eend.
 

VRIJSTELLINGSLIJSTEN

Omdat bepaalde diersoorten in het gehele land belangrijke veroorzaken, heeft het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een zestal diersoorten op een landelijke vrijstellingslijst geplaatst. Landelijk vrijgestelde soorten zijn de Canadese gans, houtduifkauw, vos, zwarte kraai en het konijn.
Deze soorten mogen worden gedood ter voorkoming van schade van zonsopkomst tot zonsondergang.

De provincie kan ook diersoorten op de vrijstellingslijst plaatsen. Het is dan toegestaan bepaalde handelingen te verrichten die op grond van de Wet natuurbescherming in beginsel verboden zijn. In de omgevingsverordening is per diersoort geregeld welke handelingen zijn vrijgesteld en onder welke voorwaarden en in welke periode die handelingen mogen plaatsvinden.  

Provincie Zeeland heeft met de wijziging van de provinciale verordening per 16 januari 2019 de volgende diersoorten opgenomen in de vrijstellingslijst:

  • brandgans (schadebestrijding 1 mei tot 1 november in beperkt deel van de provincie)
  • grauwe gans (verjaging met ondersteunend afschot 1 november tot 15 februari onder strikte voorwaarden)
  • grauwe gans (schadebestrijding 15 februari tot 1 november)
  • kolgans (verjaging met ondersteunend afschot van 1 november tot 1 april onder strikte voorwaarden)
  • haas (1 januari tot 15 oktober voor enkele gewassen en onder strikte voorwaarden)
  • damhert (in een beperkt deel van de provincie)

Bovengenoemde vrijstellingen zijn verleend aan de grondgebruiker. De grondgebruiker kan een jager schriftelijk toestemming geven van die vrijstelling gebruik te maken.

Informatie over de voorwaarden van de vrijstellingen kunt u hier bekijken.

LET OP: Per 16 januari 2019 zijn de spreeuw en de wilde eend van de vrijstellingslijst afgehaald.
 

ONTHEFFING

Ontheffingen, van in de Wet genoemde verboden,  worden verleend voor specifiek omschreven situaties ter voorkoming van schade of het beheer van soorten.
De Provincie heeft aan de FBE meerdere ontheffingen verleend, onder andere voor de volgende diersoorten:

  • verontrusten waterhoen
  • verontrusten fazant
  • smient
  • ree   
 

INDIVIDUELE ONTHEFFINGEN

Voor diersoorten waarvoor geen faunabeheerplan en ontheffing beschikbaar is, omdat er slechts incidenteel sprake van schade is, kan men een individuele ontheffing vragen bij de provincie Zeeland via een daarvoor bestemd aanvraagformulier van de provincie Zeeland. Er moet dan sprake zijn van (dreigende) belangrijke schade of overlast.

Let op: Voor behandeling van een aanvraag voor ontheffing brengt de provincie legeskosten in rekening.

 

OPDRACHT

De provincie kan, wanneer er geen andere goede oplossingen zijn, opdracht geven aan (groepen van) personen om de stand van bepaalde diersoorten of verwilderde dieren te beperken. Dat kan op grond van een aantal belangen die in de wet zijn genoemd. Dat kan op grond van een aantal belangen die in de wet zijn genoemd. In de provincie Zeeland bestaan opdrachten voor de volgende diersoorten:

  • muskusrat, beverrat, nijlgans en rosse stekelstaart
  • zieke en gebrekkige dieren (damhert en ree) die zich in een uitzichtloze positie bevinden ter voorkoming van ondragelijk lijden.