X

30 July 2026

FAUNABEHEER - LANDELIJKE AANWIJZING ALS VERGUNNING VRIJ GEVAL

We ontvangen momenteel veel vragen over de mogelijkheden voor (perceelgebonden) vergunningen, met name voor zwarte kraai, kauw en houtduif. We begrijpen dat dit vragen oproept, zeker omdat in veel gevallen sprake is van (dreigende) schade en beheer niet mogelijk lijkt. Hieronder leggen we uit waarom beheer nu niet mogelijk is en hoe deze situatie is ontstaan.

Waarom is beheer van diersoorten zoals, zwarte kraai, kauw, en houtduif niet mogelijk?
Door een uitspraak van de Raad van State uit april 2023 zijn de voorwaarden voor het toepassen van de landelijke aanwijzing als vergunning vrij geval aangescherpt. Als gevolg hiervan heeft Gedeputeerde Staten Utrecht het onderdeel van het Faunabeheerplan dat betrekking heeft op de zogenaamde landelijke vrijgestelde soorten vos, zwarte kraai, kauw, houtduif, konijn en grote Canadese gans niet goedgekeurd. De reden is dat het voorgestelde beheer onvoldoende kon worden onderbouwd. 

Dit betekent dat beheer van deze soorten op basis van de landelijke aanwijzing momenteel niet mogelijk is. Voor een aantal soorten kan onder voorwaarden alsnog een omgevingsvergunning worden verleend. Voor andere soorten is eerst een aanvulling op het Faunabeheerplan (addendum) nodig.

Hieronder leggen we uit waarom dit zo is en wat de gevolgen zijn.

Wat is de landelijke aanwijzing als vergunning vrij geval?
In Europa worden wilde dieren en hun leefgebieden beschermd door de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Soms is beheer van beschermde diersoorten nodig om belangrijke schade aan landbouwgewassen of natuur te voorkomen. Voor een aantal veelvoorkomende soorten heeft de minister daarom bepaald dat onder voorwaarden geen afzonderlijke omgevingsvergunning nodig is. Dit wordt de landelijke aanwijzing als vergunning vrij geval genoemd (voorheen de landelijke vrijstelling).
Deze aanwijzing geldt voor de volgende soorten:
•    vos;
•    zwarte kraai;
•    kauw;
•    houtduif;
•    konijn;
•    grote Canadese gans.

De landelijke aanwijzing is bedoeld om:
•    schade aan landbouwgewassen en waterkeringen te voorkomen of te beperken;
•    schade aan natuurwaarden, zoals predatie van weidevogels, te beperken.

Welke voorwaarden gelden?
Ook wanneer gebruik wordt gemaakt van de landelijke aanwijzing moet aan strikte wettelijke voorwaarden worden voldaan. De Faunabeheereenheid moet in het Faunabeheerplan onder meer aantonen dat:
•    het beheer noodzakelijk is;
•    het beheer effectief is;
•    er geen andere bevredigende oplossing bestaat om schade te voorkomen;
•    de gunstige staat van instandhouding van de soort niet in gevaar komt.

Wanneer beheer provincie breed wordt voorgesteld, moet ook worden onderbouwd dat dit beheer daadwerkelijk in de hele provincie en gedurende de hele beheerperiode noodzakelijk is.

Wat heeft de Raad van State geoordeeld?
De Raad van State oordeelde in april 2023 dat beheer op basis van de landelijke aanwijzing alleen mogelijk is wanneer sprake is van concrete en objectief onderbouwde belangrijke schade, of een aantoonbare dreiging daarvan.
De uitspraak maakt duidelijk dat:
•    algemene aannames over schade onvoldoende zijn;
•    landelijke schadecijfers niet zonder meer kunnen worden gebruikt;
•    de noodzaak van beheer moet worden onderbouwd met gegevens uit de betreffende provincie of het betreffende gebied;
•    het beheer geen afbreuk mag doen aan de gunstige staat van instandhouding van de soort.

Waarom ontbreken deze gegevens?
Voor veel van de betrokken soorten zijn onvoldoende gegevens beschikbaar over de omvang en verspreiding van schade.
Omdat schade door deze soorten doorgaans niet voor een tegemoetkoming in aanmerking komt, werd deze schade in de praktijk beperkt geregistreerd. Daardoor ontbreekt voor veel soorten een voldoende feitelijke basis om de noodzaak van beheer per soort, gebied en periode te onderbouwen.

Wat betekent dit voor Utrecht?
Door het ontbreken van voldoende onderbouwing heeft Gedeputeerde Staten Utrecht het onderdeel van het Faunabeheerplan over de landelijke aanwijzing niet goedgekeurd.
Daardoor mag beheer van de volgende soorten momenteel niet plaatsvinden op basis van de landelijke aanwijzing:
•    vos;
•    zwarte kraai;
•    kauw;
•    houtduif;
•    konijn;
•    grote Canadese gans.

Voor sommige soorten, zoals vos en konijn, bevat het Faunabeheerplan voldoende gegevens om onder voorwaarden een omgevingsvergunning te kunnen verlenen.
Voor soorten waarvoor die onderbouwing ontbreekt, stelt de Faunabeheereenheid een addendum op het Faunabeheerplan op. Na goedkeuring daarvan kan een omgevingsvergunning worden aangevraagd.
Deze situatie kan gevolgen hebben voor de mogelijkheden om schade te voorkomen of te beperken en kan ook van invloed zijn op een eventuele tegemoetkoming in faunaschade. Meer hierover lees je hier: Tegemoetkoming faunaschade voor meer diersoorten in provincie Utrecht - BIJ12.

Belangrijke schade
Naast de uitspraak over de landelijke aanwijzing heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ook geoordeeld over de definitie van belangrijke schade.
Hierdoor kan het eerdere beoordelingskader, waarbij een schadebedrag van € 250 per schadegeval werd gehanteerd, niet langer worden toegepast. Er moet een nieuw beoordelingskader worden ontwikkeld waaruit blijkt wanneer schade het normale maatschappelijke ondernemersrisico overstijgt.
Ook deze onderbouwing wordt opgenomen in een aanvulling op het Faunabeheerplan.

Waarom is een perceelgebonden vergunning voor zwarte kraai, kauw of houtduif niet mogelijk?
Voor zwarte kraai, kauw en houtduif geldt dat momenteel geen perceelgebonden omgevingsvergunningen worden verleend.
De Omgevingswet bepaalt dat beheer en schadebestrijding van alle soorten moet plaatsvinden volgens een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd Faunabeheerplan (artikel 11.63 Bal).
In het huidige Faunabeheerplan is uitsluitend ingezet op beheer via de landelijke aanwijzing als vergunningvrij geval. Juist dat onderdeel is door Gedeputeerde Staten niet goedgekeurd. Daardoor ontbreekt de wettelijke basis om een perceelgebonden omgevingsvergunning te verlenen.
Alleen in uitzonderlijke situaties kan van een Faunabeheerplan worden afgeweken. Voor zwarte kraai, kauw en houtduif is daarvan geen sprake, omdat voor deze soort een Faunabeheerplan wettelijk noodzakelijk is.

Hoe nu verder?
De Faunabeheereenheid Utrecht werkt momenteel aan een addendum op het Faunabeheerplan. Hierin wordt voor de betreffende soorten de noodzakelijke en beschikbare onderbouwing opgenomen om waar mogelijk  alsnog omgevingsvergunningen voor beheer en schadebestrijding aan te kunnen vragen. Ook wordt hierin een nieuw beoordelingskader voor belangrijke schade uitgewerkt, naar aanleiding van recente jurisprudentie.
Na vaststelling van het addendum en goedkeuring door Gedeputeerde Staten kunnen voor de betreffende soorten omgevingsvergunningen worden aangevraagd. 

Tegelijkertijd werkt het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) samen met provincies en andere betrokken partijen aan een toekomstbestendig stelsel voor jacht en faunabeheer. Het huidige stelsel wordt eerst geëvalueerd, waarna een nieuw systeem wordt ontwikkeld. De verwachting is dat voor 2028 nog geen wijzigingen in de landelijke regelgeving worden doorgevoerd.

Meer informatie
Meer informatie over vergunningsaanvragen en het geldende goedkeuringsbesluit op het huidige Faunabeheerplan is te vinden op de websites van de FBE en in het provinciaal blad. 
Links: 
•    Goedkeuringsbesluit faunabeheerplan 2026-2031 | Lokale wet- en regelgeving 
•    UPDATE BEHEER LANDELIJK VRIJGESTELDE SOORTEN - FBE UTRECHT > ACTUEEL > Nieuws