X

VEEL GESTELDE VRAGEN

 

1. Welke diersoorten zijn beschermd in Nederland?

De Wet natuurbescherming (Wnb) waarborgt de bescherming en het behoud van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het ‘zomaar’ jagen op dieren is niet wenselijk en op grond van deze wet ook niet mogelijk. Onder deze wet vallen:

  • alle vogels;
  • alle zoogdieren, behalve de zwarte rat, de bruine rat en de huismuis;
  • alle amfibieën, reptielen en vissen;
  • verschillende insectensoorten (zoals bepaalde vlinders).

Gedomesticeerde dieren (huisdieren en landbouwdieren) vallen hier niet onder.

 

2. Wanneer mogen beschermde dieren worden gedood?

Beschermde dieren mogen alleen worden gedood als er een in de wet genoemd belang dreigt te worden geschaad. Er moeten ruim voldoende dieren overblijven om de soort in stand te houden en er mag geen andere bevredigende oplossing zijn om het probleem op te lossen. Daarnaast mogen vijf diersoorten (haas, konijn, fazant, wilde eend en houtduif) worden bejaagd tijdens de geopende jachtperiode. De jachthouder is verplicht een redelijke wildstand te handhaven of te bereiken. Op deze website kunt u onder “Uitvoering” zien welke regels van kracht zijn in de provincie Utrecht.

Belangen welke in de Wet Natuurbescherming zijn opgenomen:

  • volksgezondheid en openbare veiligheid;
  • veiligheid van (lucht)verkeer;
  • schade aan gewassen, vee, visserij, bossen en wateren;
  • schade aan flora en fauna.

 

3. Waarom worden dieren niet gevangen en verplaatst in plaats van verjaagd of gedood?
Het is verboden om dieren uit te zetten, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt of een ontheffing is verkregen. Bij schadeveroorzakende dieren is vangen en elders uitzetten vaak geen reële optie, omdat het probleem dan slechts wordt verplaatst. 

 

4. Wat kan ik doen bij overlast van wilde dieren?
Preventieve maatregelen:
Bij overlast van wilde dieren kunt u preventieve maatregelen nemen ter voorkoming van schade. Voor iedere soortgroep zijn er specifieke preventieve middelen in te zetten. Deze middelen staan beschreven in ‘Faunaschade PreventieKits’, welke te raadplegen zijn op de website van BIJ12.

Aanvragen ontheffing:
Indien preventieve maatregelen niet voldoende blijken om schade te voorkomen en u niet kunt volstaan met de bestaande vrijstellingen, ontheffingen en opdrachten om (met name acute) faunaschade te voorkomen of te beperken dan kunt u een ontheffing aanvragen bij uw WBE. Let op: de provincie hanteert een beslissingstermijn van 13 weken, welke eventueel met 7 weken verlengd kan worden.

Schadevergoeding aanvragen:
Als er ondanks alle (preventieve) maatregelen toch bedrijfsmatige land-, tuin-, of bosbouwschade optreedt, dan kan de grondgebruiker een verzoekschrift tegemoetkoming faunaschade indienen bij BIJ12, Unit Faunazaken. De aanvraag dient uiterlijk binnen 7 werkdagen nadat de aanvrager de schade heeft geconstateerd te worden ingediend. Op de website van BIJ12 kunt u het gehele proces betreffende het aanvragen van tegemoetkomingen voor faunaschade en alle voorwaarden inzien.

Registreren faunaschade:
Het is van het grootste belang dat bij het registreren van schadebestrijding/verjaagacties in het Faunaschade RegistratieSysteem (SRS) geen vergissingen begaan worden (zie hiervoor met name de beleidsregels van BIJ12, Unit Faunazaken). Mocht er bijvoorbeeld onverhoopt een datum worden geregistreerd waarop er geen schadebestrijding/verjaagacties mogelijk waren, dan wordt de aanvraag voor de schadevergoeding afgewezen. Er zijn dan eventueel wel herkansingen mogelijk, maar dit zal extra tijd in beslag nemen. Maak daarom vooraf een schema waarin de data van de schadebestrijding/verjaagacties geregistreerd worden en houd daarbij rekening met de dagen waarop schadebestrijding met het geweer verboden is.

 

5. Wat is een ontheffing en hoe kan ik er een aanvragen?
Een ontheffing is een toestemming van de provincie om beschermde inheemse dieren te verjagen, vangen of doden. In Utrecht lopen de ontheffingsaanvragen voor beheer en schadebestrijding via de faunabeheereenheid in samenspraak met uw lokale wildbeheereenheid (WBE). In het geval van schade of overlast kunt u contact opnemen met de plaatselijke WBE. Ook kunt u bij uw WBE een verzoek tot gebruikmaking van een ontheffing indienen. Indien er voor de betreffende diersoort of handelingen nog geen ontheffing beschikbaar is kunt u via de WBE een verzoek tot ontheffingsaanvraag indienen. Uiteraard kunt u de FBE ten alle tijden om advies vragen.

 

6. Hoelang duurt het voor ik mijn aangevraagde ontheffing krijg toegewezen?
Na het aanvragen van een ontheffing via uw WBE heeft de provincie (vanaf het moment van ontvangst van de aanvraag) 13 weken om zich te buigen over deze aanvraag en de ontheffing al dan niet toe te kennen. Deze termijn kan zo nodig met 7 weken worden verlengd. Dit betreft overigens enkel ontheffingen welke buiten het faunabeheerplan om worden aangevraagd.

 

7. Waar kan ik een ontheffing raadplegen?
Een globaal overzicht van ontheffingen is te vinden op de pagina Diersoorten.

 

8. Mogen elektronisch en mechanische lokmiddelen worden gebruikt?
Nee, het gebruik van elektronische en mechanisch aangedreven lokmiddelen is in principe verboden bij jacht, beheer en schadebestrijding, tenzij anders opgenomen in de ontheffing. Voor schadebestrijding is er echter een uitzondering: het gebruik van mechanisch en elektronisch aangedreven lokvogels bij de landelijk vrijgestelde vogelsoorten (met name houtduif, zwarte kraai en kauw) is toegestaan. Meer informatie vindt u hier.

 

9. Ik ondervind overlast van ratten op mijn agrarisch bedrijf, wat kan ik hieraan doen?
U kunt ratten uit gebouwen en van percelen weren door:

  • openingen in gebouwen te dichten tot een maximale opening van 5 mm;
  • gebouwen en percelen schoon te houden;
  • dichte begroeiing tegen gebouwen te voorkomen;
  • afval op te bergen in afgesloten containers;
  • voedsel onbereikbaar te maken;
  • toegang tot mogelijke schuilplaatsen te verhinderen;
  • zie de website van het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen voor meer informatie.

Mochten bovenstaande maatregelen onvoldoende zijn om ratten te weren dan is het mogelijk om ze op basis van de regels in de Wet Natuurbescherming te doden met het geweer en met klemmen uitsluitend geschikt en bestemd voor het vangen en doden van ratten en muizen (chemische bestrijdingsmiddelen zijn verboden). 

Wanneer er afgeweken dient te worden van bepaalde voorwaarden zoals opgenomen in de wet:

  • het hebben van een jachtakte en jachtveld vereiste van 40 ha;
  • bestrijding buiten de periode  zonsopkomst tot zonsondergang;
  • bestrijding binnen de bebouwde kom;
  • gebruik van een luchtdrukgeweer wat niet aan de eisen van een geweer voldoet;
  • gebruik warmtebeeldkijkers;
  • etc. 

is het mogelijk een ontheffing aan te vragen. Op dit moment verlopen deze ontheffingsaanvragen rechtstreeks via de provincie. Hiervoor kan het (AANVRAAG WET NATUURBESCHERMING) formulier ingevuld worden.

 

10. Komt een grondgebruiker in aanmerking voor tegemoetkoming voor wildschade indien hij jacht niet toestaat?
Nee, de grondgebruiker is zelf verantwoordelijk en aansprakelijk voor wildschade indien hij niet alle inspanning heeft gedaan die de wet voorschrijft of toestaat: (verhuur) jacht, preventieve maatregelen, beheer en schadebestrijding etc.

 

11. Wie taxeert de landbouwschade aangericht door inheemse diersoorten en wanneer kan een vergoeding worden verleend door de provincie?

De schade wordt getaxeerd door een door BIJ12 aangewezen taxateur. Er wordt een tegemoetkoming in de schade verleend als de BIJ12 van oordeel is dat de grondgebruiker de schade niet had kunnen voorkomen en beperken door het (laten) treffen van maatregelen.

Op de website van BIJ12 kunt u het gehele proces betreffende het aanvragen van tegemoetkomingen voor faunaschade en alle voorwaarden inzien.

 

12. Waarom wordt er in Utrecht intensief ganzenafschot gepleegd?
De populaties ganzen in Nederland zijn afgelopen tientallen jaren significant toegenomen. Door hun grote aantallen brengen ze schade aan flora, fauna en landbouwgewassen. In Utrecht zijn ganzen verantwoordelijk voor ongeveer 3/4e van alle schademeldingen, hetgeen resulteert in ruim 1,2 miljoen euro aan schade. Daarnaast brengen ze de vliegveiligheid en verkeersveiligheid in gevaar. Het ganzenbeheer in Utrecht richt zich daarom op vermindering van de ganzenpopulaties. Dit wordt overigens niet enkel bewerkstelligd door afschot, maar ook door het prikken van eieren en het vangen van ruiende ganzen. 

 

13. Wat kan de FBE Utrecht voor mij betekenen?
De FBE Utrecht zorgt voor een adequate coördinatie van een duurzaam, planmatig en effectief faunabeheer binnen de provincie Utrecht alsmede een goede afweging van belangen van de participerende partijen in een faunabeheerplan, binnen de kaders van de wet en het provinciale beleid. Daarnaast is de FBE dagelijks bezig met het adviseren van allerlei stakeholders, individuele vragenstellers en betrokken burgers. Dit omvat adviezen over onder meer de uitvoering van het faunabeheer, de registratie in het FRS-systeem, de toepassing van werende maatregelen, het verkrijgen van schadetegemoetkomingen, het gebruik van ontheffingen, uitleg van en over het provinciale faunabeleid, etc. Mocht u een vraag hebben welke niet beantwoord wordt op deze website dan kunt u contact opnemen met het secretariaat.

 

14. Wie is er aansprakelijk bij een aanrijding met een wild dier?
In principe is er niemand verantwoordelijk voor in het wild levende dieren (die aan niemand toebehoren). Met een volledig of beperkt cascoverzekering is het mogelijk om de  ontstane schade te claimen bij uw autoverzekering. In de polisvoorwaarden staat of dit soort schades wordt gedekt.

Bij een aanrijding met wild dient u altijd de politie in kennis te stellen van deze aanrijding (0900-8844).

 

15. Wat moet ik doen als ik een dood dier vind?
Alle levende dieren gaan een keer dood en dus is het op zich niet vreemd om in de natuur een dood dier tegen te komen. Maar wanneer er een vermoeden is van buitengewone sterfte is het zaak dit te melden bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) of de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Bij algemeen voorkomende wilde dieren is sprake van buitengewone sterfte als de sterfte 'anders is dan normaal’. Dit houdt in dat er:

  • meerdere dode dieren op dezelfde plek liggen;
  • in het gebied meer sterfte dan normaal is voor dat gebied in dat jaargetijde;
  • het dier afwijkend gedrag vertoonde voor het stierf;
  • het dode dier in een vreemde houding ligt;
  • het dier zichtbaar vreemde vervormingen heeft zoals bulten, verkleuringen en of een onregelmatige vacht/verenkleed.

Bij verdenking van een aangifteplichtige ziekte, zoals Klassieke en Afrikaanse varkenspest, vogelgriep (vogelpest) en Mond-en-klauwzeer, moet contact worden opgenomen met de NVWA via het landelijk meldpunt voor dierziekten (045 - 546 31 88). 

Indien er geen verdenking is van aangifteplichtige ziekten maar wel van buitengewone sterfte dan kunt u dit melden bij het DWHC: meldingsformulier.