X

UITVOERING

 
 

De eerst verantwoordelijke voor het voorkomen van schade door diersoorten is de grondgebruiker. Hij werkt hierbij nauw samen met de jacht(akte)houder, deze is daarvoor speciaal opgeleid. Bij faunabeheer wordt onderscheid gemaakt tussen verjagen (preventief) of bestrijden (doden). Voordat een jacht(akte)houder een diersoort mag bestrijden, moet de grondgebruiker eerst minimaal twee preventieve maatregelen hebben getroffen. De grondgebruiker kan dit zogenaamde verjagen zelf uitvoeren maar het heeft echter de voorkeur om dit samen te doen met de jacht(akte)houder. Welke maatregelen hierbij zijn toegestaan staat beschreven in faunaschade preventiekits van BIJ12 Faunazaken. Voor alle vormen van bestrijdend faunabeheer geldt dat er een vrijstelling, ontheffing of opdracht moet zijn verleend door de provincie of de minister. De verschillende vrijstellingen, ontheffingen en opdrachten worden hieronder beschreven.
 

VRIJSTELLING

LANDELIJKE VRIJSTELLING

Omdat bepaalde diersoorten in het gehele land belangrijke schade kunnen veroorzaken, heeft het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Ministerie van LNV) een zestal diersoorten op de landelijke vrijstellingslijst geplaatst. Dat zijn de Canadese gans, houtduif, kauw, vos, zwarte kraai en het konijn. Het is toegestaan deze diersoorten bij (dreigende) belangrijke schade (zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming) in heel Nederland te verjagen en onder bepaalde voorwaarden te doden. Deze lijst kan door het Ministerie van LNV worden beperkt of uitgebreid. 

PROVINCIALE VRIJSTELLING
Daarnaast is de provincie ook bevoegd om voor in haar provincie belangrijke schadeveroorzakende soorten een provinciale vrijstellingslijst op te stellen. In de provincie Utrecht is een provinciale vrijstelling beschikbaar voor verjagen met ondersteunend afschot van grauwe gans, kolgans en brandgans in de winterperiode (1 november tot 1 maart) en het jaarrond vangen en doden van veldmuizen. Aan een vrijstelling hangen wel voorwaarden welke zijn opgenomen in de Verordening Natuur en Landschap
 

ONTHEFFING

De Wet Natuurbescherming (Wnb) beschermt alle van nature in Nederland voorkomende dieren. Echter kunnen er uitzonderingen worden gemaakt als in het wild levende dieren schade aanbrengen aan verkeer, land- en tuinbouw of natuur. Deze uitzonderingen zijn geregeld via algemeen geldende ontheffingen en ontheffingen voor specifieke schades of gebieden. 

De provincie kan ontheffing verlenen aan de faunabeheereenheid (FBE) voor het verjagen en bejagen van beschermde diersoorten, waarna de FBE vervolgens de WBE machtigt. De ontheffing wordt uitgegeven voor diersoorten die structureel voor schade zorgen of waarvan de populatie beheerd dient te worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor grauwe ganzen (vanwege de groeiende populatie en overschrijding van de draagkracht). Deze structurele ontheffingen worden verleend op basis van een faunabeheerplan waarin per diersoort een analyse van het probleem en een onderbouwing (eventueel schadecijfers) voor de te nemen beheermaatregelen is geformuleerd.

Ontheffingen, van in de Wnb genoemde verboden, worden verleend voor specifiek omschreven situaties ter voorkoming van schade of het beheer van soorten. De provincie heeft aan de FBE meerdere ontheffingen verleend, onder andere voor de volgende diersoorten:

  • Diverse ganzensoorten;
  • Knobbelzwaan;
  • Konijn;
  • Meerkoet;
  • Ree;
  • Vos

INDIVIDUELE (AD-HOC) ONTHEFFING
Voor diersoorten waarvoor geen faunabeheerplan en ontheffing beschikbaar zijn kunnen grondgebruikers (eigenaren of pachters) bij (dreigende) schade een ontheffing aanvragen. Dit proces verloopt via de WBE en vervolgens FBE. Om onvoorspelbare schade te beperken kan de provincie op ad-hoc basis een individuele of gebiedsgebonden ontheffing afgeven. Hierbij maakt de provincie een zorgvuldige en weloverwogen afweging tussen de belangen van alle betrokken partijen en die van de desbetreffende diersoort. De Faunabeheereenheid Utrecht adviseert de provincie bij haar beslissing en dient tevens de aanvraag voor de ontheffing in. 

Wanneer u een aanvraag voor een individuele (ad-hoc) ontheffing wenst te doen, dient u hiervoor contact op te nemen met de WBE. Wanneer het een zeer complexe aanvraag/situatie betreft kunt u rechtstreeks contact opnemen met de FBE. De ontheffingsaanvraag dient zeer zorgvuldig gemotiveerd te worden, de benodigde documenten en informatie voor het aanvragen van een ontheffing vindt u hier.  U ontvangt doorgaans binnen 13 weken een reactie van de provincie, echter kan deze periode verlengd worden met 7 weken. Dien uw aanvraag dus tijdig in. Onvolledige aanvragen worden niet in behandeling genomen.

 

OPDRACHT

Gedeputeerde Staten kunnen de opdracht geven om de stand van bepaalde diersoorten te beperken. Dit gebeurt normaal gesproken in het belang van de volksgezondheid of ter voorkoming van schade. De opdracht wordt bijvoorbeeld ingezet om aangereden wilde dieren uit hun lijden te verlossen of niet-inheemse diersoorten (exoten) te bestrijden. De FBE beschikt over een opdracht voor de volgende diersoorten:

  • Verwilderde duif;
  • Verwilderde kat;
  • Nijlgans;
  • Verwilderde boerengans;
  • Rosse stekelstaart.

In de provincie Utrecht heeft de Stichting Valwild Utrecht (SVU) opdracht gekregen om aanrijdingen met in het wild levende dieren af te kunnen handelen.

LET WEL: Handelingen in het kader van beheer en schadebestrijding (vrijstelling, ontheffing en opdracht) zijn alleen uit te voeren door personen die handelen met toestemming van de grondgebruiker en zijn gerechtigd om de handeling uit te voeren. Een uitzondering hierop is een opdracht waarmee Gedeputeerde Staten personen of categorie├źn van personen opdracht heeft gegeven om specifiek genoemde handelingen uit te voeren.